Batterij
Elke Yamaha DX7 en DX7s model heeft een lithium batterij die nodig is om
het interne geheugen op spanning te houden als de stroom is uitgeschakeld.
De batterij heeft een levensduur van drie tot zes jaar. Dit is afhankelijk
van hoe lang het instrument is gebruikt tijdens die periode. Als de batterij
bijna leeg is het aan te bevelen om deze te vervangen, omdat deze anders
uit elkaar kan vallen en zelfs giftige stoffen kan laten lekken in het dure
‘moederboard’. Download op DX7.nl de handleiding om de batterij te vervangen.
Programmeren
Een praktische gids om zelf geluiden te programmeren op een DX7.
Over modulatie, frequentie herkenning, oscillatie en
Output levels
De outputs levels van niet gemoduleerde carriers bepalen enkel het volume
van de klank.
Level scaling
Het regelen van een keyboard level scaling, is een extra mogelijkheid.
Bepaalde klanken
Algoritme
Samengestelde klank of niet.
Bij een samengesteld geluid, dient men ook de klankbron op de DX7 samengesteld
te kiezen
|
WWW.DX7.nl/FM_synthese
THEORIE VAN DE FM KLANK SYNTHESE
Operators ...
Operators - dragers, modulators en FM Operators zijn de basis - circuits
in de FM - synthese van Yamaha. Iedere operator bestaat uit een digitale
sinusgolf - oscillator die pure tonen (sinusgolven) opwekt, een versterker
en een digitale 'envelope' generator. Hun structuur ziet er als volgt uit:

vergroting
Operators hebben één uitgang (output) en twee gescheiden ingangen. De informatiestromen
die bij de ingangen binnenkomen worden met elkaar gecombineerd voordat ze
naar de oscillator gaan.
De eerste ingang dient voor de toonhoogte - gegevens, bijv. van het klavier
of het 'pitch bend' wiel. Hierdoor kan de interne oscillator - frequentie
op verschillende manieren worden aangestuurd zoals bijv. de gespeelde noten.
De tweede ingang ontvangt de zogenaamde modulatie - gegevens die de kern
van de FM synthese vormen. Hier kan de output (uitgang - signaal) van een
andere operator binnenkomen (afhankelijk van de algoritme - opbouw), waardoor
Frequentie Modulatie (FM) ontstaat. Met andere woorden: de ene operator
moduleert de frequentie van de andere.

vergroting
Iedere afzonderlijke operator produceert dus alleen maar sinusgolven. Maar
u kunt ze met elkaar verbinden om zeer complexe golfvormen te creëren, waardoor
vele soorten boventonen ontstaan die voor een muzikale klank zorgen.
Het gevolg is dat u frequentie - spektra (harmonische) kunt produceren die
lijken op de eenvoudige driehoek-, zaagtand- of blokgolf van analoge synthesizers.
Met FM - synthese kunt u bovendien nog veel complexere golfvormen maken.
Onderstaande afbeelding laat zien hoe sinusgolven op elkaar inwerken. Hoe
meer golven elkaar "bewerken" (moduleren), hoe meer het uiteindelijke resultaat
op bijv. een zaagtandgolf gaat lijken.

vergroting
De DX7 11FDtD beschikt over 6 operators die op 32 verschillende manieren
met elkaar verbonden kunnen worden. Zo'n formatie van 6 operators noemen
we een algoritme.
Als de output van een operator direct naar de audio - uitgang van de DX711FDtD
gaat, noemen we deze operator een "drager".
Als de output van een operator in verbinding staat met de ingang van een
andere operator, spreken we van een "modulator".
Experiment 1: FM als vibrato
Vibrato is een effect waarbij de toonhoogte van een geluid met regelmatige
tijdsafstanden wordt verhoogd en verlaagd (cyclisch).
Met andere woorden: het is een vorm van FM (Frequentie Modulatie). U kunt
dit zelf nagaan d.m.v. het volgende eenvoudige experiment.
Initialiseer een klank en zet alle operators uit, met uitzondering van 1
drager en zijn modulator. Kies 'ALG 1' en laat daarvan alleen OP1 en OP2
aan staan (zet hun output level op 99). Zet de OSCILLATOR MODE van modulator
OP2 op 'fixed' en kies een COARS frequentie van 1.00 Hz. Druk op een toets
en verhoog het OUTPUT LEVEL van OP2.
Wat u nu hoort is een vibrato - effect met een snelheid van 1 cyclus per
seconde (= 1 Hz). De toonhoogte van de drager wordt met regelmatige tijdsafstanden
verhoogd en verlaagd, d.w.z. de frequentie stijgt en daalt regelmatig. Dit
effect wordt veroorzaakt door OP2 want deze moduleert met zijn frequentie
(1 Hz) operator 1.
U kunt dat controleren door OP2 aan en uit te schakelen. (Het effect is
zeer vloeiend, veroorzaakt door een zeer vloeiende sinusgolf.
Kiest u voor LFO een zaagtand- of blokgolf dan krijgt u een ruwer effect.)
Roep de FINE - parameter van OP2 op en verhoog de frequentie. De vibrato
wordt sneller. Bij 10 Hz hoort u geen vibrato meer omdat de snelheid te
hoog is geworden.
Experiment 2: FM kan veel meer
Zet de FINE - waarde weer op 1 en kies de parameter COARS. Gebruik DATA
ENTRY !TIl om deze op 10.00 in te stellen. Ga terug naar FINE en zet m.b.v.
de DATA ENTRY schuifregelaar de frequentie op ca. 60 Hz terwijl u toets
G3 ingedrukt houdt.
Gebruik nu DATA ENTRY !TIl om hogere frequenties in te stellen, terwijl
u toets G3 nog steeds ingedrukt houdt. U zult een belangrijke verandering
horen. Wat als vibrato begon is nu een verandering in klankkleur geworden
(De meeste geluiden hier klinken niet zo geweldig muzikaal, maar daar gaat
het nu even niet om).
Puur technisch gezien is er geen verschil tussen vibrato - modulatie (experiment
1)en klankkleurmodulatie (experiment 2).
Zodra de frequentie boven 20 Hz komt te liggen, kunnen onze oren dit als
"geluid" waarnemen. Frequenties lager dan 20 Hz noemen we dan ook "subsonisch"
omdat we ze niet kunnen horen.
Als de modulerende sinusgolf subsonisch is, kunnen we echter wel het effect
daarvan waarnemen; het klinkt als een cyclische toonhoogte - verandering
(vibrato). Wordt de modulerende sinusgolf 'sonisch' (= boven 20 Hz) dan
beginnen we klankkleur veranderingen te horen.
FM Synthese
De reden dat sommige geluiden muzikaal klinken en andere weer niet heeft
te maken met het frequentie - spectrum.
Als sinusgolven elkaar moduleren worden er nieuwe frequenties aan de basis
- golf toegevoegd. Als deze frequenties een integraal veelvoud van de grondtoon
zijn (dus x 1, x 2, x 3) noemt men ze boventonen (harmonische). |
Klanken die vooral uit harmonische bestaan, ervaren wij als aangenaam (muzikaal).
Als een frequentiespectrum te veel niet-harmonische bestanddelen heeft,
kunnen we geen duidelijke toonhoogten meer waarnemen en klinkt het als ruis
(niet-muzikaal).
De wiskundige aspecten van FM - synthese. die niet alleen afhankelijk zijn
van de frequentie maar ook van de amplitude (volume, uitgang - niveau) der
sinusgolven, vallen buiten het kader van deze verhandeling.
We willen hier alleen laten zien, welke golfvormen er ontstaan als een modulator
en zijn drager hetzelfde uitgang - niveau hebben in de frequentie - verhoudingen
1:1 en 2:1.

vergroting
U ziet dat het eerste voorbeeld in grote lijnen op een zaagtandgolf lijkt
en het tweede voorbeeld op een blokgolf.
Iedere golfvorm heeft een eigen karakteristiek frequentie - spektrum:
- De zaagtandgolf bevat alle boventonen die een integraal veelvoud van de
grondtoon zijn: d.w.z. tonen met een frequentie die twee keer, drie keer,
vier keer enz. zo hoog is als de grondtoonfrequentie (maar slechts de helft,
een derde, een vierde enz. van de amplitude of het volume van de grondtoon).
- De blokgolf daarentegen bevat alleen boventonen (harmonische) die een
oneven veelvoud van de grondtoon zijn (dus x3, x5, x7).
Het gevolg is dat deze twee golfvormen duidelijk verschillend klinken.
Met FM - synthese kunt u dus oneindig veel klankkleurvariaties maken: dragers
en modulators met diverse toonhoogtes/ uitgangsniveaus zijn in verschillende
formaties (algoritmes) met elkaar te combineren hetgeen zeer ingewikkelde
golfvormen mogelijk maakt.
Additieve Synthese
FM - synthese is niet de enige synthese die de DX7 11FD/D u biedt.
U kunt namelijk ook twee operators (dragers) parallel gebruiken (zonder
directe verbinding met elkaar).
De twee output levels (uitgang - niveaus) worden gewoon bij elkaar opgeteld
en het resultaat is "Additieve synthese", want hier wordt niet gemoduleerd.
Wat we hier doen is het veranderen van de frequentie- en volume - verhoudingen
tussen de twee parallelle operators (dragers). We geven hier twee voorbeelden
met dezelfde output - levels en frequentie - verhoudingen als bovenstaande
FM - illustratie.

vergroting
Voorbeeld 1 (links) laat zien wat er gebeurt als we de output van de twee
ongemoduleerde dragers OP1 en OP3 "bij elkaar optellen".
De golfvorm verandert niet, maar wordt alleen iets "hoger". In de natuurkunde
zegt men dan dat "de amplitude stijgt".
Een hogere golfvorm (of grotere amplitude) betekent dat hetzelfde geluid
harder wordt.
Voorbeeld 2 (rechts) laat zien wat er gebeurt als de frequentie van de ene
drager twee keer zo hoog is als die van de andere drager - we krijgen een
nieuwe golfvorm, en dus een nieuwe klankkleur.
Parallelle dragers met verschillende frequenties (een heel veelvoud van
elkaar) kunnen ook boventonen produceren. Daarom resulteerden onze COARS
- instellingen van parallelle dragers in deel I in echte orgelklanken; boventonen
zorgen voor een muzikaal en aangenaam geluid.
Toonhoogte bepalen
In Difremo deel I, waar FM - synthese eenvoudig werd gehouden, stelden wij
dat de toonhoogte van een klank door de drager(s) wordt bepaald.
De modulators waren toen verantwoordelijk voor de klankkleur (het harmonische
spectrum, de boventonen) van een klank.
Maar zo eenvoudig is het in werkelijkheid niet.
Om te beginnen hebt u net gezien (en ook al in deel I gehoord) dat ook dragers
de klankkleur kunnen beïnvloeden. En wat betreft de toonhoogte - we sluiten
dit hoofdstuk over FM - synthese af met een simpel experiment dat u zal
verbazen.
Begin met de geïnitialiseerde klank (INIT VOl CE) en kies 'ALG 1'. Zet het
output level van OP2 op 99 en schakel deze modulator uit.
Verhoog nu de COARS - frequentie van OP1 naar 4,00. Dat betekent 2 octaven
hoger dus het klinkt nogal hoog als u nu een toets indrukt.
Stop nu met spelen (en begin pas weer als wij het aangeven, anders gaat
het verrassingseffect verloren).
Verhoog de COARS - frequentie van de modulator (OP2) naar 3,00.
Welk effect heeft dit op de toonhoogte, denkt u?
Speel nu een paar noten en zult merken dat de toonhoogte veel lager is dan
u dacht.
Schakel nu OP2 in en uit; juist, ook met een modulator kan de toonhoogte
veranderd worden.
We zullen maar niet ingaan op de wiskundige aspecten van dit verschijnsel,
want dan moeten we ons met sommen en verschillen binnen de FM - synthese
bezighouden, waaruit "subharmonische" ontstaan (= subsonische boventonen,
dus eigenlijk "ondertonen").
U weet in ieder geval hoe u ze kunt maken,en daar gaat het om.
Hiermee sluiten we onze bespreking van de FM - synthese af want het wordt
tijd dat u weer zelf gaat experimenteren (ga zoveel mogelijk uit van de
fabrieksklanken).
Een laatste tip: probeer zoveel mogelijk frequentie - verhoudingen uit en
vergeet niet dat de modulator output - levels een belangrijke rol spelen.
Maar genoeg gezegd nu, want met eigen ervaring komt u veel verder. |
|
Menu
|